donderdag 7 juni 2018

Schikgodinnen



                            Drievuldigheid ouder dan de tijd.

                            Zienster van verleden, heden en toekomst;
                            hoedster van het magisch oog.

                           Maakster, schikster, vernietigster;
                           boodschapster van godsoordelen.

                          Schepster van dageraad, zonneloop en nachtster;
                          toekomst van de nieuwgeborenen.

                          Moeder van de levensloop.
                          Heerseres over de lotsvervulling.
                          Bewaakster van de lotsbestemming.

                          Profetie die immer zichzelf vervult,
                          dei volente.


Beeldhouwwerk: Danny Morlion, uit de reeks “No Name People”. 
Fotografie: Anita Devogelaere. 
Woord: Roel Ghysel, “Schikgodinnen”.

Poëzielarve


Work in progress @ Ambrose Bazar: een bescheiden bijdrage voor de Poëzielarve (een initiatief van Kunstplatform ARTslag).

De Poëzielarve, een bloemlezing aan versregels. Vanaf 21 juni aan de Persepit te Wenduine, te midden de duinen in het Albertpark nabij de uitkijkpost Spioenkop.







vrijdag 11 mei 2018

Bloemlezing


Visuele woordexpressie ofte poëzie om naar te kijken
 in 't exotisch Glazen Kot
onderdeel van de Roderickroute #9
startplaats CC Ipso Facto, Marktstraat 26 te Oudenburg
van 10 tot 14 mei

 

 


  


dinsdag 8 mei 2018

May 10th


Oude man,
getekend door 't oorlogsgeweld,
betonnen blokschip
stoom je op.

Dijken uitgedolven,
staketsels opgeblazen,
zij allen op post,
je wordt verwacht.
Verwelkomd met een krans van zeemijnen
wordt je verwacht.

Zonder bakenboeien
gestaag havenwaarts, hun haven.
Gezegend met een sluier van mist
besluip je de havengeul.

In vuur en vlam,
dwarsligger,
daar strand je.

Je taak gekweten, de prijs betaald,
verstilde getuige van die grote oorlog,
met een blik op de levens die je nam en gaf,
rust je tot roest,
Vindictive, schip der schepen.

"Ergens nergens tussen eb en vloed" ; ©  Roel Ghysel 

woensdag 18 april 2018

Ergens nergens tussen eb en vloed


Woordkramerij met poëtische inslag, thans een dichtbundel.

Lezing uit een werkschrift
met woord dat de vergroeiing van hart en ziel met het zeegebeuren weerspiegelt
en met beeld dat -geenszins pretenderend artistiek te zijn- de innerlijke gevoelsbeleving suggereert.





Info via roel.ghysel@gmail.com

vrijdag 23 maart 2018

Waar de meeuwen schreeuwen


Straat na straat na straat,
een ijlende metastase.

Agglomeraat van huis na huis na huis.
Krom gevelgesteente,
kleurloos verfgebladerte.

Amalgaam van raam na raam na raam.
Kazernes torenhoog,
vreugd  te moede.

Geneigd naar krottigheid,
gezichtloos gezwel
dat grijpt om zich heen.

Mijmerend restant van welstand,
verpauperde glorie van 't gisteren,
Verslonsde dame van stand,
kreunend onder d' eer van weleer.

De zilte geur van 't lelijks mij schoon,
onder 't schijnsel van je vuurtoren
geboortegrond, mijn loeder.

"O'de, mijn loeder" ; © Roel Ghysel

dinsdag 13 maart 2018

Alles draait om jou


Oosterlicht,
zuiderbrand,
westerbries.
De lange tocht van heinde naar verre,
rust langzaam het koperrood in de moederschoot.

Schaduwen sterven in de wieg van de maan.
Die zoete minnares dooft 't verwilderd klaar,
dekt het met 'n deken van donker.

Ras in de morgenstond
doorschittert 't licht het duister.
Een stralenkrans plukt de dageraad.

Helder aan de hemel
dagreist naar d'avondrust,
baken van menig visserman,
de zon.

"Ergens nergens tussen eb en vloed" ; © Roel Ghysel

donderdag 1 maart 2018

Verdwaald in herinneringen


Que ma mer, moeder de zee.
Dofzwart geïnkt
in de zilt gelooide huidplooien,
getaande stem uit de vergetelheid.

Verschaalde kroegen,
beslapen vrouwen.
Schimmen in de vergeetput van herinnering.

De trossen gekapt,
ruime drift.

Slingerend en stampend,
splenen wiegelied van het zeemansverdriet,
deemstert de matroos
buitengaats.

"Ergens nergens tussen eb en vloed" ; © Roel Ghysel

dinsdag 16 januari 2018

Meeuwen aan land, storm voor de hand 


Schuivende wolken versnellen de pas,
bejagen 't watervlak.
De noordwester stuwt de golven,
de zee draait kolken.
Het tij bespringt strand en duin,
belaagt dijk en kaai.

Diep in 't zeegat,
't gehuil van de zeewolf.
's Vissers boot danst de maat van 't stormlied.

Donder krakeelt.
Regenguts teistert het dek,
golven kastijden de romp.
Bliksemblind
trekt de visserman z’n zuidwester dieper,
in een nevel van striemende waterdruppels,
stuurt het schip gestaag 't stormveld in.
Boeg in de wind,
neus onder neus boven stampt het schip,
rolt zoals de beukwind het stoot,
op naar visgrond.

De stormklok luid,
de viswijverij verstomd.
Een geslagen kruis
prevelend
leid 'em naar veilig oord,
die visscher va mien

"Ergens nergens tussen eb en vloed" ; © Roel Ghysel